Ademen doen we de hele dag. Het is zo’n belangrijk proces om te kunnen leven, waardoor het zelfs automatisch verloopt. Zoals velen weten ademen we zuurstof in en ademen we koolstofdioxide uit. De longen zijn het orgaan in ons lichaam wat ademhalen mogelijk maakt. Via de luchtpijp ademen we zuurstof in, waarna het via de twee grote luchtwegen en vervolgens kleinere luchtwegen bij de longblaasjes terecht komt. In de longblaasjes vindt contact plaats tussen zuurstof en het bloed. Bij deze gaswisseling komt er dus zuurstof in het bloed en stoten we overtollig koolzuurgas uit aan de longblaasjes, wat we vervolgens weer via dezelfde weg uitademen.

Hoe kunnen de longen eigenlijk ademen? Dat gaat namelijk niet vanzelf. De longen werken als een ballon met elasticiteit. Voor het groter maken van de longen zijn er spieren nodig. Deze spieren spannen we onbewust dan wel bewust aan waardoor de longen groter worden en lucht automatisch de longen instroomt. Door elasticiteit van de longen, worden de longen kleiner en stroomt de lucht automatisch naar buiten. Het ademen kunnen we op drie manieren sturen. Door de buikademhaling (voornamelijk in rust), borstademhaling en flankademhaling (voornamelijk bij inspanning).

We weten inmiddels dat we zuurstof inademen en koolstofdioxide uitademen. Zuurstof hebben we voor alle lichaamscellen hard nodig. Het zorgt namelijk in combinatie met suiker- of vetmoleculen voor de verbranding van energie. Hierdoor kunnen al onze cellen in het lichaam hun werk doen. Zuurstof is daarom dus van groot belang. Bij deze verbranding komt koolzuurgas vrij. Koolzuurgas wordt vaak gezien als afvalstof. Maar dit is niet volledig waar. Koolstofdioxide is namelijk voor veel lichamelijke processen, zoals het verwijden van onze bloedvaten. We delen graag meer over ademhaling en hoe we het kunnen beïnvloeden bij hyperventilatie en stress.